Collega Siyes van de Ploeg schreef me dat ze mijn ‘mijmeringen’, zoals zij deze LittleLearnings noemt, graag leest. Daarna babbelden we wat over het posten op LinkedIn.
Wanneer post je iets? En wat post je? Ik vind – eerlijk gezegd – dat er nogal wat rommel op LinkedIn verschijnt. Ik noem ze van die ‘kijk mij’-berichtjes. Van die flodders die gaan over ‘ik mocht …, ik was …’ en daar blijft het bij. Niks eigens, niks dat me inspireert, raakt, wezenlijk informeert of tot nadenken stemt …
Mij staat dat tegen. Anders gezegd: ik kan dat niet en ik wil dat niet.
Begrijp me niet verkeerd, ik snap heel goed dat het belangrijk is dat ‘de wereld en potentiële opdrachtgevers’ je zien en blijven zien. Alleen fluister ik er achteraan: maar waarmee?
Tja, een fluistering.
Niet zomaar een fluistering …
Ik beken dat die fluistering me geregeld doet afvragen: wie zit hier op te wachten? Menige nieuwe LittleLearning belandde na een aardige aanzet toch in de prullenbak. Misschien ten onrechte.
Ik vind namelijk dat ik wat te melden moet hebben in onze dagelijkse overdaad aan informatie en berichtgevingen. Soms ben ik daar té streng in, zeurt de innerlijke criticus sterk. Had ik misschien beter wél door kunnen schrijven …
Dilemma …
Aan de ene kant de realiteit van de markt. Aan de andere kant mijn waarden. Wat wint?
Daarbij als ik sta voor écht contact, voor aandacht, voor authenticiteit, voor oprechtheid. Dan moeten mijn stukjes ook over iets gaan. Vind ik.
Willen. Kunnen. Moeten.
Drie werkwoorden waar ik vaker mee worstel. Natuurlijk, mijn waarden moeten geen gevangenis worden. Maar dat is gemakkelijk gezegd.
Wanneer verandert mijn verlangen om zorgvuldig te communiceren in een eis dat ik alleen iets mag melden waarvan ik zeker weet dat het de moeite waard is?
Ik zei: “Siyes, wat ik in jou bewonder is dat je de items voor je voeten vandaan plukt en daar wat van weet te maken. Ik zoek het vaak te ver weg, want ja, het moet wel zinnig zijn.”
Ons gesprek zette me aan het denken:
Wat maakt iets de moeite waard om te delen?
Kan een kleine alledaagse observatie betekenisvol zijn?
Moet een gedachte helemaal uitgewerkt zijn voordat ik haar naar buiten breng?
Mijn innerlijke criticus heeft twee gezichten. De ene kant helpt me inhoudelijk zorgvuldig te zijn. De andere kant slaat door in perfectionistische zelfcensuur. Het onderscheid lijkt me helder, maar dan de weerbarstige praktijk … Hoe en wanneer kantelt het proces van zorgvuldig wegen – ‘in lijn met wie ik ben en waar ik voor sta’ – naar de kritische blik die me tegenhoudt?
Niet iets wat ik zo ff helder heb.
En toen viel me nog iets op.
Ik sta voor écht contact. Wat is echt contact?
Echt contact is toch niet: een uitgedacht verhaal vertellen dat aan alle kanten dichtgetimmerd is? Dat heet zenden. Toch werk ik daar schrijvend wel naar toe.
Echt contact ontstaat bij uitstek in de wisselwerking, in het niet weten waar je helemaal uitkomt. In wat er tussen mensen gebeurt en in wat je vooraf niet kunt bedenken.
Waarom zou dat schrijvend niet ook kunnen?
Misschien mag een LittleLearning ook een gedachte zijn die nog onaf is. Een aanzet waar een ander op kan voortbouwen, tegenin kan gaan of iets aan kan toevoegen.
Als ik dan toch wil schrijven in lijn met wie ik ben en waar ik voor linkesta …
dan zou ik daar eens mee kunnen beginnen:
in plaats van een dichtgetimmerd verhaal een gedachte die nog onderweg is …
Wanneer is iets voor jou de moeite waard om te delen? En hoe voorkom jij dat zorgvuldigheid omslaat in jezelf tegenhouden?
