Gelukkig zetten steeds meer onderwijsinstellingen de oefenmens, simulant of trainingsacteur in ten behoeve van hun zorgopleidingen. Hoewel het beestje wisselende namen krijgt, is de functie gelijk: communicatieve vaardigheden trainen, veelal in combinatie met het uitvoeren van medische handelingen. Met dat trainen kun je inderdaad niet vroeg genoeg beginnen.
Sta voor de aardigheid eens stil bij je ervaringen met zorgverleners. Ik wens je toe dat dat uitsluitend positieve ervaringen waren, maar als ik op mezelf en de verhalen van anderen afga, zou dat een unicum zijn.
Gezien worden is een basisbehoefte. Het is van levensbelang. Dat klinkt overdreven, maar het is waar, letterlijk en figuurlijk. Volgens mij beseffen we nauwelijks (nog) hoe essentieel dat is, zo gewend zijn we aan gesprekken waarbij we over of tegen elkaar praten of waarin we ondertussen onze telefoon bedienen, televisie kijken, de auto besturen of <vul maar in>. Overigens, echt goede voorbeelden hebben we ook niet 😊, neem een kijkje in de politieke arena en je vraagt je af: zijn we überhaupt nog in staat tot dat proces van betekenisuitwisseling en verbinding dat communicatie heet. Maar dat terzijde.
Als we kwetsbaar zijn of ons kwetsbaar voelen, en dat is geregeld aan de orde in de relatie zorggever -zorgnemer, dan is het nóg belangrijker dat iemand ons ziet … als mens, in gelijkwaardigheid … en niet als wrak, diagnose, medisch object of kinds omdat we een haperend geheugen hebben.
Uiteraard moeten medische handelingen foutloos verlopen, maar de rol van goede communicatie hierbij is allesbepalend blijkt steeds weer uit onderzoeken. In het bestek van deze LittleLearning stip ik nu – van de vijf dimensies waarin echt contact doorwerkt – alleen de biologische aan. Een cascade van positieve reacties in lichaam en brein zijn het gevolg: activatie van positieve hormonen en neurotransmitters, afname van stresshormonen, regelmatiger hartritme, actieve spiegelneuronen etc,
Hierdoor voelen mensen zich niet alleen beter, ook hun lichaam reageert meetbaar positief. En dit draagt bij aan bijvoorbeeld een sneller herstel. Als de cognitieve functies van een zorgvrager verminderen wordt dat biologische aspect van echt contact crucialer omdat ze direct helpt om onrust en angst te verminderen.
Als mijn werk het toelaat lig ik daar dus, want daar begint het: in de opleiding tot zorgverlener. Of eigenlijk zegt mijn idealistische ik dat het nog vroeger moet beginnen: in het basisonderwijs. Je kunt lezen over communicatie, er over praten of eindeloos filmpjes bekijken, maar effectief communiceren en echt contact maken leer je alleen door te doen. En uiteraard door reflectie op dat doen. Scholing die beide verzuimt bouwt luchtkastelen; één prik en er blijft niets over.
Echt contact maken gaat namelijk niet over iets naar de ander, en ook niet over modellen, schema’s die we kunnen volgen of uitgedachte reactiepatronen. Echt contact betreft de ander én onszelf en zit meer in het hoe dan in het wat. Uiteraard zijn er handvatten rondom dat hoe, maar de essentie van echt contact zit in de bereidheid ons aan het niet-weten over te geven, aan de onzekerheid. Want alleen daar, in het moment, kan echt contact ontstaan.
Echt contact gaat over mens en menszijn. Omdat ieder individu een uniek pakket meedraagt aan ervaringen, normen, waarden en oordelen, en nog zoveel andere aspecten die contact vergemakkelijken of juist in de weg zitten, kan een standaard model deze invloeden alleen maar naar de marge verbannen. Gauw weg dus met die powerpoint, dat lesboek of die mooie theorie en hup, aan de slag.
Omdat ik veelal werk met zorgverleners die hun diploma al jaren op zak hebben, is het fantastisch om ook aan de wieg te staan, of in mijn geval dus: te liggen … met een blaaskatheter, een neusmaagsonde of een cva en op die manier bij te dragen aan de scholing naar echt en effectief contact tussen zorggever en zorgnemer.
