De voorbeelden zijn ontelbaar. Ik tref het privé, in werk, in het publieke domein …. Het doet zich zelfs geregeld voor terwijl betrokkenen nul-komma-nul-niks doorhebben. Waar ik het over heb? Over de momenten waarop we dénken dat we elkaar begrijpen.
We beschikken als menselijke wezens over een waanzinnige woordenschat. Ideaal om al onze wensen, plannen, opvattingen en wat al niet meer te verwoorden. Desondanks … vormen de verwarringen een druppende regenbui zonder zicht op zonneschijn.
Misschien is het grappig dat wij er – ondanks onze verfijnde verbale vaardigheid – vaak niet in slagen elkaar werkelijk te begrijpen. Inclusief de talrijke momenten waar we langs elkaar scheren terwijl we menen precies hetzelfde voor ogen te hebben. Als we onze antenne scherpen voor dit fenomeen dan is de veelvuldigheid waarop dit voorkomt zowel lachwekkend als om te huilen.
Historicus Yuval Harari beschrijft in het boek Sapiens de evolutie waarbij de mens het vermogen ontwikkelde om in beelden te denken (cognitieve revolutie). Hiermee werd de creatie van denkbeeldige werelden mogelijk, bijv in de vorm van verhalen over het verleden en ideeën over de toekomst. Deze ontwikkeling stelde de mens in staat om in grote groepen te communiceren en samen te werken. Een voortgang waar andere soorten zich niet aan konden meten.
Tegelijk ligt daar een kwetsbare schakel. Hoe meer taal iets representeert dat niet ‘tastbaar’ is in het hier en nu, hoe groter de kans op misbegrip.
Nagenoeg alles in onze maatschappij is gericht op snelheid en besparing van tijd en geld. Daar hebben we veel mee bereikt. En tegelijk verloren. We communiceren buitensporig veel, op talloze manieren. Maar hoe vaak gunnen we ons de tijd voor de vraag: wat bedoel je daar mee? Kan je dat toelichten? Zomaar twee voorbeelden van doorvragen.
Wie stelt bij jou geregeld vragen? Wie doet dat nooit en zou dat volgens jou wel moeten doen?
Ken je het verlangen dichter dan dichterbij je dierbare te willen zijn? Dat je de ander door en door kent en tegelijk beseft dat er altijd een onoverbrugbare afstand blijft?
Soms denk ik: hadden we maar een ietsepietsie van dat verlangen in het leven van alledag. We praten, kletsen, betogen, debatteren, oreren, argumenteren, discussiëren, onderhandelen … blablabla … jaja, handenvol begrippen hebben we voor dat zenden! De enkele begrippen voor luisteren steken er schamel bij af.
Hoe vaak vragen we eigenlijk door?
Om tot contact te komen is luisteren een cruciaal ingrediënt. Maar aanhoren is niet genoeg. Echt luisteren gaat over ontvangen én reageren. En over moeite nemen.
Een vriendin riep: ik zit toch niet in 3 HAVO! Ik dacht dat ze bedoelde dat ze de extreem gekaderde werkwijze om een intake vast te leggen kinderachtig vond omdat die niet bij haar senioriteit aansloot. Ik besloot er toch even naar te vragen. Wat bleek: mijn idee kwam pas op de 3e plaats, zelf dacht ze eerst aan 2 andere dingen.
De werkgever van een vriend hanteert de waarde eerlijkheid. Zwart-wit gezien weten we wat dat betekent, maar hoe zit dat met de rafelranden, de grijze gebieden van dat begrip? Toont juist daar een waarde niet zijn werkelijke betekenis? Worden we geacht immer en altijd de waarheid op tafel te leggen? Zijn we ineens oneerlijk als we iets achterwege laten? Ook als we daarmee het goede dienen? Hoe rijmt eerlijkheid überhaupt met een job die diplomatie betreft? Of bestaat er eerlijk en eerlijk? Ik vroeg of daar wel eens over gesproken wordt. Het antwoord laat zich raden.
In een training gerontopsychiatrie sprak ik met zorgmedewerkers over de overdracht. Hoe belangrijk feitelijk rapporteren is bij probleemgedrag. Dat invullen de waarneming vernauwt en dat persoonlijke kleuring, gebracht als feit, de kans inperkt dat de aard van het probleem helder wordt. Niets mis met persoonlijke beleving, mits het onderscheid helder is en we niet nalaten onze kleuring toe te lichten. In een overdracht gebeuren deze zaken zelden.
Drie voorbeelden zonder ernstig misverstand of hinderlijk probleem, maar ook niet van op één lijn zitten. Ja, we dénken dat we op één lijn zitten, maar het is een ‘ongeveer’. Een schot hagel.
Welke situaties of voorbeelden uit jouw omgeving lenen zich voor misbegrip?
Is een ‘ongeveer’ bezwaarlijk?
‘t Is lekker efficiënt: geen vragen, niet moeilijk doen en snel verder.
Maar is het ook effectief? Verbindend? Leidt het tot echt contact?
Het punt is … Gaan we voor begrip of voor de schijn van begrip? Willen we samen of verkiezen we onze eigen bubbel? Is het ídee verschil te maken genoeg of willen we het werkelijke verschil?
Kortom, nemen we genoegen met wat we dénken, met de ideeën die wij in ons hoofd hebben? Of pakken we de winst van werkelijk begrip via aandacht, uitwisseling en moeite?
