EÉN IS GEEN
Als je denkt het alleen te kunnen
Als je denkt alles te hebben gezien
Als je denkt het zicht te hebben
Je denkt te kennen
Je denkt te weten
Je denkt op te lossen
Je denkt je gedachten vast
Je denkt jouw zicht troebel
Je denkt slechts alleen
Je denkt slechts
Je denkt slecht
Je denkt alleen
Ik trof dit gedicht in het boek Uit de knoop – verhalen van een veranderende overheid* van Caroline Wiedenhof. Het heeft een intrigerende opbouw die van ogenschijnlijk ruimte scheppend omslaat naar vernauwing. De knoop is een feit als je het woord denken niet meer kunt vervangen door het synoniem menen.
Een overdenking waarin ik lees dat de ambtenaar/werknemer meer in zich mag aanspreken dan het op wetten en procedures gestoelde denken. Laat staan zich er achter verschuilen. Eveneens meen ik te lezen dat het overschatte denken minder solide is als we menen. En tenslotte herken ik iets van de Ubuntu-gedachte. Maar ja, dat zijn mijn gedachten. Geen idee of Caroline dit ook zo bedoelde. Misschien doet dat er niet toe; gaat het om wat de tekst bij een ieder op gang brengt.
En jij? Wat ging er door jou heen toen je het las?
Waarom schrijf ik over de overheid terwijl mijn werk zich veelal toespitst op de zorg? Ik leg dat uit, maar eerst wat anders.
Gevoed door de media associeer(de) ik ambtenaren (ook) veelal met volgzame figuren ver verwijderd van de realiteit die we ‘de poten in de modder’ noemen. Echter de ambtenaren die ik van dichtbij ken én degenen uit het boek Uit de knoop laten zien dat er meer is. Een boek vol persoonlijke verhalen waarin duidelijk wordt dat er achter die beveiligde poorten van overheidsgebouwen veel meer gebeurt. Ze gaan over ideeën waaruit bevlogenheid en betrokkenheid straalt, over weerstand tegen ‘de mores’, over trouw zijn aan het eigen moreel kompas en de standvastigheid & moed die nodig zijn bij tegendraadse keuzes. Kortom, een verrassend inkijkje in de overheid, die meer in beweging is dan ik dacht.
Wat is jouw beeld van de overheid? En waar is dat op gebaseerd?
Wat me, al lezend, verheugde was de aandacht voor luisteren, voor uitwisseling en verbinding en het tonen van menselijkheid in een omgeving waarin dat nog niet echt gebruikelijk is. Zaken die me aanspreken, logisch als voorvechter van echt contact. Immers, ik vraag me sterk af of we elkaar ooit echt vinden als regels of beleid opgelegd worden. En daar kan ik gemakshalve aan toevoegen: methodieken, cursussen, zienswijzen etc etc.
En nee, dan heb ik het niet over de vorm (een inspraakavond, een beleidsmiddag, een teamvergadering …), maar over echt contact maken binnen die vorm. De stap naar de ander zetten, als gelijken met verschillende rollen.
Als het niet in de vorm zit – waarin zit het dan wel?
Is het nodig dat wel elkaar vinden? Misschien niet. Maar ik zie wel wat er gebeurt als we het niet doen. Als we ons niet in de ander verplaatsen … lijkt het zich vroeg of laat tegen ons te keren.
Zonde van de tijd om je in de ander te verplaatsen? Misschien … als effectiviteit er niet toe doet.
Tot slot. Hoe ik aan het boek kom? Dat is het leuke van een overdadige boekenkast met meer dan alleen je eigen boeken: je grijpt naar iets onbekends, bladert, leest wat, treft nieuwe perspectieven en aanknopingspunten.
*het boekje hoorde bij een symposium over ambtelijk vakmanschap: Wijs naar de Wet 2026
